Browse Author

Anco van Moolenbroek

Amalek berooft ons van onze identiteit

Exodus 17:8-16 verhaalt de strijd tussen Amalek en Israël. De betekenis van deze strijd kan niet gauw overschat worden. Het is de eerste van de heidenvolken die de eerstegeboren zoon van JHWH bestrijdt. Het is tegelijk de strijd van de Aanwezige tegen Amalek die van generatie op generatie zal zijn. Dat sluit ook onze generatie in.

Het is opvallend dat in de Hebreeuwse bijbel de verzen 8-16 in twee paragrafen (petach) verdeeld wordt. Elke paragraaf heeft dus een eigen thema. De scheiding ligt tussen vers 13 en 14. In vers 8-13 ligt de nadruk op de strijd die Jozua voert. In vers 14-16 valt de nadruk op de strijd die JHWH voert. De eerste strijd is fysiek, met profetische en geestelijke componenten. De tweede strijd is profetisch, met een fysieke component. De eerste paragraaf omvat twee dagen, de tweede paragraaf betreft de derde dag, de dag van de overwinning.

Vers 8-13 vormen een chiasme:

8 Amalek komt en vecht met Israël

9 Mozes geeft opdracht aan Jozua om de strijd aan te binden. Hij zal met Aäron en Hur op de heuveltop staan

10 Jozua deed zoals Mozes gezegd heeft; Mozes, Aäron en Hur klimmen op de heuveltop

11-12 Mozes beïnvloedt de strijd door zijn handen op te heffen, ondersteund door Aäron en Hur

13 Jozua vermorzelt Amalek en zijn volk

In elk deel van dit chiasme komt de naam Amalek voor. Amalek is een bastaardzoon van Ezau’s oudste zoon Elifaz, en heeft via zijn moeder wortels in de Horieten (Gen. 36). De Amalekieten waren echter al eerder als volk in de geschiedenis bekend (Gen. 14). Mogelijk heeft Amalek, de kleinzoon van Ezau, de heerschappij over dat volk gekregen. De Amalekieten stonden bekend als een volk van rovers en moordenaars. De Torah zegt: en hij vreesde God niet (Deut. 25).

Vers 13 is in het chiasme de spiegel van vers 8. Beide verzen bestaan uit 5 woorden en hebben een vergelijkbare opbouw:

8 En hij komt, Amalek, en hij vecht met [im] Israël in Rafidim

13 En hij verzwakte, Jozua, Amalek en zijn volk [am] door zijn mond-zwaard

Amalek vecht met-Israël

In vers 8 staat het woordje im [עִם]. Het heeft dezelfde woordstam als am, dat in vers 13 met volk wordt vertaald. Wat heeft im [met] met am [volk] te maken? Waar im [met] gebruikt wordt, ziet dat op vereniging. Volksgenoten zijn met elkaar verenigd. In veel teksten waar im gebruikt wordt, wordt deze vereniging weergegeven met een koppelteken: עִם־יִשְׂרָאֵ֖ל. De stam is het werkwoord amam. Dat betekent verzamelen, gelijkstellen, verenigen. In passieve vorm donker worden, dof worden, zoals kleuren vervagen in het donker. Als individu ben je verborgen in de eenheid van het volk.

Het eerste gebruik van het woord im in de Torah vinden we in Gen. 18:23 en 25. Daar doet Abraham een beroep op de rechtvaardigheid van JHWH. Zult U ook de rechtvaardige met de goddeloze ombrengen? Nadrukkelijk stelt Abraham dat rechtvaardigen en goddelozen géén eenheid kunnen vormen. Zij vormen een ongelijk span. In vers 25 herhaalt Abraham het nog een heel krachtig: het zij verre van U! Zou de Rechter van de hele aarde geen recht doen?

In Exodus komt de constructie im- tien keer voor:

1 4:12 Ik zal met uw mond zijn
2 4:15 Ik zal met uw mond en met zijn mond zijn
3 17:2 Toen twistte het volk met Mozes
4 17:8 Toen kwam Amalek en vocht met Israël
5 18:12 Om brood te eten met Jethro, de schoonvader van Mozes
6 22:19 Wie bij [met] een beest ligt, zal zeker gedood worden
7 22:30 Zeven dagen zullen zij bij [met] hun moeder zijn, de achtste dag zult u ze Mij geven
8 23:1 En stelt uw hand niet bij [met] de goddeloze
9 33:9 En Hij sprak met Mozes
10 34:28 En hij was daar met JHWH, veertig dagen en veertig nachten, en hij at geen brood en hij dronk geen water. En Hij schreef op de tafelen de woorden van het verbond, de tien woorden.

Waarom staat er dat Amalek vecht met-Israël (nr. 4)? Het Hebreeuwse woord dat hier wordt gebruikt, is lacham. Een homoniem van dit woord is het woord voor eten (Deut. 20:19, Ps. 141:4, Spr. 4:17). In de meeste van deze teksten staat de relatie rechtvaardigen-goddelozen centraal. Het woord voor brood is – niet verwonderlijk – lechem. Samen brood eten is ook een teken van vereniging (nr. 5). In het Nederlands kennen wij de uitdrukking: wiens brood men eet, diens woord met spreekt. Dat is ook mooi te zien in deze tien keer dat de im- constructie in Exodus gebruikt wordt (nr. 1, 2, 3, 9. 10).

Amalek heeft de intentie om de eenheid Israël te verbreken door het volk in zich op te nemen. Amalek wil zich vereenzelvigen met Israël. Alsof hij brood eet. Op deze wijze zou het eerstgeboorterecht weer bij de nakomelingen van Ezau belanden (nr. 6, 7). Het is echter onmogelijk dat rechtvaardigen rechtvaardig blijven, als zij deel worden van de gemeenschap van de goddelozen (nr. 8).

De relatie van de mens tot zijn Schepper wordt echter altijd getekend door een ‘tegenover’: ik-Ander. Wij worden onszelf in het aangezicht van de Ander. Hoe vaak willen wij niet een ander vormen naar ons eigen beeld? In plaats dat wij het aangezicht van de Ander zien in de ander. Als ik vecht met de ander, dan tracht ik de ander tot mijzelf te maken. Dan wordt de ander tot een nul gereduceerd. Nu, dat is wat Amalek doet. Hij berooft ons van onze eigen identiteit.

Ezau, de jager

Toen die jongens groot werden, werd Ezau een man ervaren in de jacht, een man van het veld. Jakob echter was een oprecht man, die in tenten woonde. (Gen. 25:27)

Ezau wordt een jager, een man die in het veld leeft. De grondtekst duidt op iemand die ‘het veld‘ als zijn natuurlijke omgeving beschouwt. Ezau leeft buiten. Terwijl zijn broer Jakob iemand is die in tenten woont. De Bijbel noemt slechts twee jagers: Nimrod en Ezau. De Joodse traditie vertelt dat Nimrod en Ezau overeenkomstig handelden. Nimrod, een kleinzoon van Cham, wordt een geweldig jager genoemd. Hij wordt wel als een reus afgebeeld. Zijn naam betekent  ‘Hij die alle mensen laat rebelleren tegen God’. Nimrod was een tyran en joeg op mensen voor het aangezicht van God. Dat betekent dat hij het openlijk deed. Hij vereerde de zon, maan, en sterren. Nimrod was de koning van Babel en Assur en de heerser van de Aarde (Gen. 10:9). Hij stierf een gewelddadige dood. Na zijn dood werd hij vergoddelijkt en viel zijn koninkrijk uiteen. Hij werd onder meer bekend onder de Babylonische god Mardoek, de Egyptische Osiris, de Griekse Kronos, de Romeinse Saturnus, en ook als Tammoez en Baäl. Aldus de overleveringen van vele volken.

Een midrash verhaalt dat Ezau tijdens een van zijn veldtochten koning Nimrod doodt. (Flavius Josephus zegt overigens dat Shem een belangrijk aandeel had in de dood van Nimrod). Nimrod zou in het bezit zijn van twee mantels. Adam en Eva hadden deze mantels ontvangen toen zij het Paradijs verlieten. Voor de zondeval waren zij gekleed in mantels van licht. De mantels waren door God gemaakt van de huid van een vrouwelijke Leviathan, en dienden als priesterlijke mantels voor de generaties voor de zondvloed. Na Adam zouden de kledingstukken in het bezit van Kaïn zijn gekomen en na de dood van Kaïn en de zondvloed zou ten slotte Nimrod in het bezit van deze mantels zijn gekomen. Of het verhaal werkelijk is  gebeurd, valt zeer te betwijfelen. De zeer grote afstand in woongebieden maakt een ontmoeting van Ezau en Nimrod nagenoeg onmogelijk. Maar dat is ook niet de strekking van deze midrash. De overlevering laat op deze wijze het koningschap over de Aarde overgaan van Nimrod naar Ezau. Want Ezau was degene die er recht op had. Nimrod had zich de heerschappij met geweld toegeëigend.

(foto: thebricktestament.com)

https://www.facebook.com/BehindTheNewsIsrael/?hc_ref=ARTxxG5pONbv4_ks41gDPPsnLHnQZvTD-_BjoqGCfl4iZykADvPz-WMVeRIFDb60ihI&fref=nf

Kenmerken van een Amalekitische cultuur

Amalek Actueel (3)

In de opsomming van de zonen van Ezau in Genesis 36 krijgt Amalek een opvallende plaats: in het centrum van alle zonen en kleinzonen. Amalek en zijn volk zijn de personificatie van het kwaad. Ik noem ze het uitverkoren volk van de satan, de werkelijke zoon des verderfs onder de volken (Van der Beek, 2002). Bileam noemt hen de eerste onder de volken. En in het bijzonder is hun haat gericht tegen het uitverkoren volk van JHWH. Dat zien we in Exodus 17. Niet voor niets herinneren drie van de 613 geboden in de Tora ons aan Amalek. Herinner je wat Amalek deed…

Haatdragend

Waar komt deze haat van Amalek vandaan? Een midrash vertelt dat toen Ezau oud was geworden, hij zijn kleinzoon Amalek bij zich riep. Hij zei: “Ik ben er niet in geslaagd om Jakob te doden. Nu vertrouw ik aan jou en je nakomelingen de belangrijke opdracht toe om Jakobs nakomelingen te doden. Voer deze opdracht voor mij uit en toon geen genade.” Daarmee geeft deze midrash het verband weer tussen de woede van Ezau en de haat van Amalek. En zo zegt Exodus 17 dat de strijd van JHWH van generatie op generatie is. In elke generatie is Amalek. In het duistere decreet van Haman over de vernietiging van alle Joden. In de inmense onmenselijkheid van de Holocaust. En in de bloedige steekpartijen en slachtingen van onze dagen. Het is dan ook van elke generatie om Amalek aan te wijzen. Want al zijn de Amalekieten als volk niet meer te traceren, de geest van Amalek is springlevend. Amalek is niet maar een etnische groep, het is een archetype van een agressor die in elke generatie zwakken en weerlozen laat lijden.

Doodscultuur

Kimball (2007) schrijft dat een amalekitische cultuur zowel anti-Joods als anti-christelijk is. Het heeft disfunctionele elementen dat overleven op de lange termijn uitsluit. Hij komt tot de volgende kenmerken:

  1. discriminatie van vrouwen
  2. een anti-intellectuele houding
  3. een cultuur waar de dood beter is dan het leven
  4. andere de schuld geven van eigen problemen
  5. gebrek aan algemene beschaving
  6. een disfunctionele cultuur waar mensen opgesloten worden. Anders lopen ze weg.
  7. wreedheid naar dieren
  8. gebrek aan interesse voor de toekomt, veroorzaakt door gebrek aan respect voor het verleden.

Bloeddorstig

Sla de krant open en je treft er Amalek aan. Wat bezielt – of moet ik zeggen: wie bezielt – iemand om drie mensen dood steken? Wie bezielt …? Patterson (2011) haalt in zijn boek A Genealogy of Evil een laatste getuigenis aan van een Hamas zelfmoordterrorist. Zijn boodschap aan de Joden is dat zij een natie zijn die bloed drinkt en dat zij weten dat er geen beter bloed is dan het bloed van Joden. Amalek – volgens een rabbijnse uitleg – betekent Am Lak: een volk dat bloed likt. Jihadisme legitimeert niet alleen het vergieten van Joods bloed, het heiligt het in een ondermijning van het bijbelse gebod om te doden. Vergoten Joods bloed is de godheid van de islam een genoegen. Een cultuur waar de dood beter is dan het leven. Wie bezielt…

Leedvermaak

Wie kan het leed peilen van de nabestaanden van de jongste steekpartij in Halamish. Op de Shabat, de dag van rust en vreugde. “This family has a circumcision celebration this week. How will they rejoice?” vraagt een van de buren zich af. Terwijl een generatie Amalekieten zich verheugd en de wereld zwijgt. Ooit stonden Edomieten te juichen bij de wegvoering van de Joden naar Babel. Zij werkten mee aan de vernietiging van de Tempel (3 Ezra 4:45). De profeet Obadja sprak daarover een krachtige profetie uit. De dag van Edoms leedvermaak tegenover de Dag van JHWH. Het Huis van Jakob en het Huis van Jozef zullen het Huis van Ezau verslinden. Hoelang zou het nog duren?

Want uit Sion zal de wet uitgaan en het woord van JHWH uit Jeruzalem (Micha 4:2).

 

Van der Beek, 2002. De kring om de Messias. Israël als volk van de lijdende Heer. Zoetermeer, Uitgeverij Meinema.

Patterson, David, 2011. A Genealogy of Evil: Anti-Semitism from Nazism to Islamic Jihad. Cambridge, Cambridge University Press.

Bron foto: Behind the news

Uit Efraïm, hun wortel tegen Amalek

In Richteren 5 heft Debora haar lofzang aan na de overwinning op Jabin, koning van de heidenvolken, en zijn veldmaarschalk Sisera. Deze strijd staat weer symbool voor de strijd tussen het volk van God en van Zijn tegenstander. Het is de aloude strijd tussen Jakob en Ezau.

Deze lofzang is mede daarom van groot belang, omdat de geschiedenis aangehaald wordt door Asaf in Psalm 83. Na de beschrijving van de vijanden, met Edom en Amalek in de hoofdrol, zegt Asaf: Doe met hen als met Midian, als met Sisera, als met Jabin, aan de beek Kison. Richteren 4 en 5 is een machtige geschiedenis van Gods verlossing door de hand van Debora. In mijn boek ga ik uitgebreid op deze prachtige Psalm in.

Uit Efraïm kwamen zij…

Debora is richter in Israël. Zij houdt zitting in het bergland van Efraïm. Barak is afkomstig uit Naftali. Na in de aanhef de heerlijkheid van de ENE, de God van Israël, bezongen te hebben, gaat Debora de bijdrage aan de strijd door de verschillende stammen van Israël langs. We lezen dan in vers 14 (HSV):

Uit Efraïm kwamen zij, hun wortel ligt in Amalek.

De schuingedrukte woorden zijn door de vertalers toegevoegd om er een begrijpelijke en logische zin van te maken. In de grondtekst staat er Uit Efraïm wortel in-Amalek. 

מִנִּי אֶפְרַיִם שָׁרְשָׁם בַּעֲמָלֵק

De SV vertaalt dichter bij het Hebreeuws:

Uit Efraïm was hun wortel tegen Amalek.

Vertalen is keuzes maken en dat is bij dit vers niet gemakkelijk. Dat wordt met name veroorzaakt door het woord sheresh, wat met wortel wordt vertaald. Waarom wordt dit woord hier gebruikt? En vervolgens: in welke relatie staat het tot Amalek? De HSV zegt in Amalek, de SV heeft tegen Amalek. De letter beth voor het woord Amalek is het voorzetsel in, maar kan ook als tegenover gezien worden. De waarde twee symboliseert dan een soort dualisme. De ene tegenover de andere.

Joodse vertalingen

Om niet alle vertalingen langs te gaan, nog twee Joodse vertalingen. De Jewish Study Bible vertaalt met

From Ephraim came they whose roots are in Amalek.

De JSB zegt bij dit vers: “Deze frase is onduidelijk. Daarom moet men de tekstverbetering aannemen die is gebaseerd op de gelijkenis van de Hebreeuwse letters. Stamhoofden (vorsten of prinsen) i.p.v. wortel (שר i.p.v.שרש ) vallei i.p.v. Amalek (עמק i.p.v. עמלק).” Dan zou de betekenis kunnen zijn: Uit Efraïm dalen de vorsten af naar de vallei. Sommige vertalingen hebben dit ook. Niettemin, daarmee zouden we afdoen van de reikwijdte van het Woord.
De Joodse exegeet Rashi (Shlomo Yitzchaki, 1040-1105) kiest een andere weg. De Engelse vertaling op chabad.org luidt: Out of Ephraim, whose root was against Amalek. Rashi tekent daarbij aan: “Out of Ephraim: From Ephraim issued the root שׁוֹרֶשׁ, referring to Joshua the son of Nun (their prince), to subdue Amalek and weaken him by the sword (Ex. 17:13). This verse is connected to the previous one and explains: The Lord dominated the strong for me by establishing Joshua to subdue Amalek.”  In het voorgaande vers wordt gesproken over de geweldigen, de gibborim. Dat woord wordt ook gebruikt in Gen. 6:4 voor de kinderen van de reuzen. Mannen van naam. Zoals ook van Nimrod, de machtige jager voor het gezicht van JHWH, een geweldenaar was 1). Je moet dus van goede huize komen om dergelijke geweldenaren het hoofd te kunnen bieden.

De wortel tegen Amalek

Jozua, de zoon van Nun, een Efraïmiet, voerde de strijd aan tegen Amalek in de woestijn (Ex. 17). Hij is de wortel, het begin. Rashi spreekt over שׁוֹרֶשׁ, wat verwijst naar shor, stier of os, als teken van kracht en leiderschap. De wav is hier dan een leesmoeder. Het is een al gewonnen strijd, hoewel er nog steeds streden wordt. Net als de Efraïmiet Jozua de strijdmacht aanvoerde tegen Amalek, zo zijn het nu de Efraïmieten die als eerste genoemd worden. Ondanks dat de hoofdmacht van Barak uit de mannen van Naftali en Zebulon bestond. Efraïm, als houder van een deel van het eerstgeboorterecht en hoofd van het latere tienstammenrijk, voert te strijd tegen Amalek, de eerste van de heidenvolken (Num. 24). Debora lijkt hier dus te herinneren aan de eerste keer dat de strijd tegen Amalek gevoerd werd. Dat is de wortel tegen Amalek.

De wortel in Amalek

Het is ook interessant om שָׁרְשָׁ te bezien vanuit de Ancient Hebrew Language. De shin is de afbeelding voor tanden, en heeft dan ook de noties als scherp, drukken, eten, verdelen. De resh is het teken voor het hoofd van een man. Het heeft daarom ook betekenissen als eerste, top, begin. De dubbele shin houden de resh gevangen. Daarom, het is ook de wortel in Amalek. We moeten deze tekst dus niet lezen alsof Efraïm in de weg en het gedachtengoed van Amalek geworteld was. Efraïm streed tégen Amalek. Dat was de wortel, het uitgangspunt, het begin. Vanuit de wortel komt de vrucht – de vrede voort. Efraïm is als het goede zaad dat gestrooid wordt in de akker van Amalek. Efraïm wortelt in Amalek. Het is een ondergrondse, verborgen strijd. Efraïm is als de dubbele shin die de resh, de eerste van deze wereld in de tang heeft 2). Efraïm zal leiden. Want de overste van deze wereld is al geoordeeld (Joh. 16:11). De strijd is nog niet gestreden, maar al wel gewonnen.

Het is geen wonder dat Debora dit loflied zingt! Het galmt tot vandaag de dag na.

 

1) Gibbor wordt ook in positieve zin gebruikt. Niettemin geeft het eerste gebruik van een woord in de Tora wel de richting voor de betekenis aan. 

2) Want Ezechiël 39:2 zegt dat JHWH Gog en zijn menigte zal omwenden en een zeshaak in hen slaan. Zeshaak is een praktische vertaling van שש (= leiden)! Letterlijk: Ik zal u zessen. 

wat is je verantwoordelijkheid?

Wat is je verantwoordelijkheid?

Ezau komt uit het veld, dodelijk vermoeid. Als hij ziet dat zijn broer Jakob gekookt heeft, dan wil hij maar één ding: eten. En Jakob, uitgekookt als hij is, wil zijn broer best van het eten geven, maar op voorwaarde dat Ezau zijn eerstgeboorterecht verkoopt. Maar wat ben je dan voor broer? Jakob ziet toch dat Ezau bijna sterft?? Dan geef je hem toch te eten? Wie denkt er op zo’n moment nu aan het eerstgeboorterecht? Is dat je eerste verantwoordelijkheid?

A 29 Eens had Jakob soep gekookt, toen Ezau uit het veld kwam en moe was.

B     30 Toen zei Ezau tegen Jakob: Laat mij toch slurpen van dat rode, dat rode daar, want ik ben moe.

C          Daarom gaf men hem de naam Edom.

D              31 Toen zei Jakob: Verkoop mij dan eerst je eerstgeboorterecht.

E                    32 Ezau zei: Zie, ik ga toch sterven; wat moet ik dan met het eerstgeboorterecht?

D’              33 Toen zei Jakob: Zweer het mij eerst. En hij zwoer het hem.

C’         Zo verkocht hij zijn eerstgeboorterecht aan Jakob.

B’     34 Toen gaf Jakob Ezau brood, met de linzensoep.

A’ Hij at, dronk, stond op en ging weg. Zo verachtte Ezau het eerstgeboorterecht.

(Genesis 25)

Stervend?

Maar wás Ezau stervende, zoals hij zegt? Waarom zei Ezau dat hij stervend is? Er zijn vier aanwijzingen in de Hebreeuwse tekst van het tegendeel.

1. Er staat dat Ezau moe uit het veld kwam. Je kunt ‘moe’ ook vertalen met ‘uitgeput’. Dat is wat anders dan stervend, dus Ezau overdrijft nogal. Het woord עיף ayaph (H5889) wordt geschreven met:

  • ayin – zien, kennen
  • jod – werk, aanbidden
  • pe  – blazen, verspreiden *).

Het impliceert dus de gedachte dat werken of aanbidden nutteloos is. Gebakken lucht. Dat is hoe Ezau er tegenaan kijkt. Het werkwoord ayeph (H5888) komt slechts een keer in de Schrift voor. Jeremia 4:31 zegt “Want ik hoor een geluid als van een vrouw in barensnood, benauwdheid als van een die haar eerste kind aan het baren is. Het is het geluid van de dochter van Sion, zij snakt naar adem, zij spreidt haar handen uit: Wee mij toch! Want mijn ziel is uitgeput, vanwege de moordenaars.” Hier wordt het woord dus gebruikt in relatie tot de ziel. Lichaam, geest, en ziel zijn één geheel. Wie lichamelijk uitgeput is, kan ook neerslachtig worden. Nu lijkt het er niet op dat Ezau neerslachtig was, het gaat mij om het verband tussen lichaam en geest, tussen doen en denken. Als Ezau zegt dat hij uitgeput is, dan heeft hij het niet alleen over zijn lichamelijke vermoeidheid, maar ook over zijn opvatting dat werken als een vorm van aanbidding onzin is. Nee, het hier en nu, dat is wat telt! “Laten we eten en drinken, want morgen sterven wij.” (1 Kor. 15:32). Het is hedonisme ten top.

2. Ezau eet en drinkt, staat op, en vertrekt weer. Dat lijkt niet op iemand die bezwijkt.

3. Deel E is de centrale zin in het chiasme. Ezau zegt: ik ga toch sterven. Dat wil niet zeggen dat hij stervende wás. De uitdrukking ‘ik ga toch sterven’ bestaat uit twee Hebreeuwse woorden: halakh en muwth.  Muwth is een veel gebruikt woord voor sterven. Maar Ezau voegt het woord halakh, הלך, toe. Halak wordt meestal met ‘lopen’ of ‘wandelen’ vertaald.

  • he – kijken, onthullen
  • lamed – onderwijs of juk, prikstok
  • kaph – open hand, toestaan, buigen voor

Figuurlijk kun je halakh dan ook opvatten als ‘een manier van leven’. Je laat in je gewoonten zien wat je geleerd hebt. De Heere God wandelde elke dag in de hof. Dat was Zijn gewoonte. Henoch wandelde met God. Dat was zijn manier van leven. En Ezau? Hij wandelde met de dood. Hij is op weg naar de dood. Dat is zíjn toekomst, naar hij dacht. Toen Jakob op zijn sterfbed lag (Gen. 48) en hij de zonen van Jozef zal zegenen, dan zegt ook hij: Zie, ik sterf. Maar Jakob laat het woordje halakh weg. In plaats daarvan voegt er hij eraan toe: Maar God zal jullie brengen in het land van jullie vaders. Dat was zíjn uitzicht!

4. Ezau veracht zijn eerstgeboorterecht. Hij acht het van nul en generlei waarde. Zo sterk wordt het uitgedrukt. Welk voordeel, mazzel, heb ik van dat eerstgeboorterecht?

De kern

De cursief gedrukte zinnen zijn door de verteller toegevoegd aan de conversatie tussen Jakob en Ezau:

  • Daarom gaf men hem de naam Edom.
  • Zo verkocht hij zijn eerstgeboorterecht aan Jakob
  • Zo verachtte Ezau het eerstgeboorterecht

Zie je, de hele perikoop gaat maar over één ding: dat wat Ezau deed en dacht. En Ezau wordt hier getekend als de man die zijn verantwoordelijkheid ontloopt. Want zijn eerstgeboorterecht omhelsde niet alleen de gave van het dubbele deel, maar ook de opgave om het hoofd van de familie te zijn. Om de autoriteit en verantwoordelijkheid van zijn vader over te nemen. En dat was nu net waar Ezau geen zin in had. Als je toch dood gaat, wat voor nut heeft dan het eerstgeboorterecht? En hij ontloopt zijn verantwoordelijkheid.

Jakobs verantwoordelijkheidsbesef

Waarom komt Jakob op het idee om het eerstgeboorterecht te vragen in ruil voor eten? De tekst geeft geen letterlijke aanleiding, maar de voorgaande verzen maken het verschil tussen Jakob en Ezau duidelijk. Ezau is de man van het veld, Jakob woont in tenten. Ezau houdt van de jacht, Jakob is een man van eenvoud. Ezau is de lieveling van vader, Jakob is een moederskind. Het geeft weer dat Jakob in alles de tegenpool van zijn broer Ezau is. Dus ook in verantwoordelijkheidsbesef. Als Jakob Ezau om het eerstgeboorterecht vraagt, dan test hij zijn broer. Hij wijst hem op zijn verantwoordelijkheid. En als Ezau die verantwoordelijkheid duidelijk uit de weg gaat, dan maakt Jakob een keus en neemt hij zijn verantwoordelijkheid. Hij vraagt Ezau om eerst zijn eerstgeboorterecht te verkopen. In het Hebreeuws staat er: vandaag. Het ziet daarom niet zozeer op een voorwaarde, als wel op een noodzaak. Het kan geen uitstel leiden. Daarom laat hij Ezau eerst eedzweren. Wat trots, dat was Ezau wel. Een man en man, een woord een woord.

Nu, is Jakob hier de handige broer? Ik denk het niet. Er staat dat Jakob een man van eenvoud was. In een nadere vertaling staat ‘oprecht’. Het woordje תמ, tam, betekent niet alleen ‘een rustige’, maar heeft ook de notie van ‘iemand die moreel en ethisch zuiver is’. Een integer man.

Hij doorzag de consequenties van de houding van Ezau.

En hij redde zo de wereld.

 

*) zie http://www.ancient-hebrew.org/

 

Edom en Amalek staan voor rooms en islamitisch antisemitisme

Kees Bloed schreef deze recensie op MessiaNieuws:

Edom en Amalek zijn geen populaire tags. Wie heeft het nu over die bijbelse volken van ruim 3000 jaar geleden?

Anco van Moolenbroek, tevens blogger op MessiaNieuws.nl, schreef er een boek over: ‘Ezau, hij is Edom’. Edom en Amalek blijken verrassend actueel.

‘De verborgen strijd om het Koninkrijk’ is de ondertitel van dit boek. Edom en Amalek staan namelijk symbool voor de machten die het herstel van Israël bestrijden. Edom doet dat subtiel en probeert Israël naar de kroon te steken. Amalek stoort zich aan God noch gebod en is in staat om Israël uit te roeien met afschuwelijke middelen. Uit Amalek kwam bijvoorbeeld een van de ‘uitvinders’ van de genocide voort: Haman, de Perzische hofmeier die het Joodse volk door middel van een gericht vernietigingsplan wilde uitroeien.

Wie zich in deze duistere en negatieve machten verdiept, moet uitgerust zijn met het nodige incasseringsvermogen. De aarde is roodgekleurd van het bloed dat door het geweld van deze twee volken heeft gevloeid. De cover van het boek laat deze met bloed doordrenkte grond zien. Edom is er zelfs naar genoemd, bloedrood betekent zijn naam. Amalek is ‘het uitverkoren volk van satan’ zelf, dat nog veel meer wil dan louter bloed zien.

Hermeneutiek

Gedegen Bijbelstudie wordt vanuit de Hebreeuwse brontekst gedaan. Zeker zo uitgebreid als in dit boek, is dat een schitterende aanwinst. Maximalistische hermeneutiek heet dat, zoals uitgelegd in de verantwoording (p. 387-388). Het is het uitpluizen van een bijbels thema tot op het bot. Van Moolenbroek doet recht aan de letterlijke tekst en haalt er de nodige commentaren en context bij. Daarnaast legt hij verbanden en proeft voorzichtig aan verborgen betekenissen. Daaruit blijkt een goed gebruik van de Joodse exegese (PaRDeS). Het Hebreeuws is soms wat zwak, de onderbouwing van gemaakte vertaalkeuze’s is vrijwel nihil. Toch is dit een stap vooruit, omdat de meeste christelijke auteurs het Hebreeuws helemaal links laten liggen.

Wat mij betreft is dit boek de eerste van velen, die nu een Bijbels thema op messiaanse wijze uitpluizen. De Hebreeuwse denkwereld blijkt doordat Van Moolenbroek zijn studies van Edom en Amalek opschreef als toldot (geschiedenisrollen). De ontdekkingen en profetische doorkijkjes die de lezer hierdoor krijgt, zullen zij die hun Hebreeuwse wortels waarderen, flink opbouwen!

Toldot Edom

Edom en Amalek worden afzonderlijk behandeld in twee aparte delen. Bij Edom wordt uitgegaan van Genesis 36, één van de meest verwaarloosde hoofdstukken uit de Bijbel.

Koning Hadad van Edom blijkt een type te zijn van de antichrist. Hadad (de achtste koning van Edom) verwijst naar het beest uit de zee van Openbaring 13. Zijn vrouw is de vrouw op het bloedrode beest in Openbaring 17 (p. 75). De lijnen die zo gelegd worden, mogen suggestief lijken, deze manier van omgaan met de Bijbel doet recht aan de Hebreeuwse denkwereld. Van Moolenbroek laat zowel Joodse als christelijke bronnen spreken. Maar telkens zijn de conclusies getrokken op basis van Hebreeuwse denklijnen uit de Bijbel zelf. En dat intrigeert enorm! Wie dus meer wil weten over de antichrist, moet Edom leren kennen. Want de antichrist draagt ‘in elk geval het karakter van Edom’ en heeft dezelfde intenties als hij. Als we daarop afgaan komt Rome in beeld, de kerk die het eerstgeboorterecht van Israël afpakte door de vervangingsleer.

Toldot Amalek

Telkens wanneer een uittocht wordt gevolgd door een speciale ontsnapping en beproeving kun je Amalek verwachten in de Bijbel. Amalek komt telkens naar voren op het scharnierpunt naar overwinning, zegen en een verbond met God. Het Amalek-patroon wordt al aangetroffen in Genesis 14. Voordat Amalek genoemd wordt, is Abram uitgeleid uit Ur, ontsnapt uit Charan, beproefd in Egypte en door zijn neef Lot. Na de overwinning komt het verbond met God en de zegen van de geboorte van Abrahams zonen. Dit patroon herhaalt zich meerdere malen in de Bijbel. In de toekomst, tijdens het herstel van alle dingen, zal Amalek als Gog en Magog optreden. Vandaag is Amalek vooral zichtbaar in de afschuwelijke terreur van islamitische sektes zoals Hamas en ISIS.

Het feit dat veel details zo uitgebreid naar voren komen, zal sommige lezers misschien vermoeien. De vertaling van veel Hebreeuwse woorden is soms ook wat onduidelijk doordat alle mogelijke opties worden opgesomd, zonder dat een keuze wordt gemaakt. Maar wie rustig de aangegeven bijbelgedeelten leest en de lijn van het boek volgt, zal een schat vinden! Telkens krijg je inkijkjes met een bijzondere insteek, die ook nuttig zijn voor ons leven nu.

Citaat

Tot slot nog een citaat om iets te kunnen proeven van de manier waarop Van Moolenbroek de Bijbel aan onze tijd verbindt.

“De Egyptenaren worden economisch geruïneerd, het leiderschap en het militaire apparaat gedecimeerd, de bevolking in diepe rouw gedompeld, en hun godendom blijkt nep te zijn. Dat is alsof we een omwenteling getekend zien zoals we in onze tijd meegemaakt hebben.” (p. 170-171)

Gebeurt in onze tijd niet hetzelfde? Denk aan de economische ruïnering door de wereldoorlogen. Daarna de geleidelijke afbraak van leiderschap en strijdkrachten. Het westen van nu kent allerlei burnins en burnouts en een heel spectrum aan deprimerende ziektes en syndromen. Dagelijks worden we opgeschrikt door zelfmoord, en goden worden door iedereen uitgelachen. Zitten we al in een opmaat naar een volgend stadium in het Amalek-patroon?

Van Moolenbroek, A. (2016) Ezau, hij is Edom, de verborgen strijd om het Koninkrijk. Uitgeverij Aspekt, € 29,95

Amalek Actueel (2)

Amalek staat als type voor het kwaad in deze wereld. De Bijbel vertelt over de verbintenis van het nageslacht van Ezau met de Horieten, een Kanaänitisch volk. Daarmee kwam Ezau’s geslacht onder satanische invloed. Amalek was een kleinzoon van Ezau, geboren uit een buitenechtelijke relatie van Elifaz en de Horitische Timna.  De joodse traditie noemt Samael, synoniem voor de satan, de beschermengel van Amalek. In mijn boek “Ezau, hij is Edom” vertel ik er meer over.

In Exodus 17 schrijft Mozes dat de strijd van de HEER tegen Amalek van generatie op generatie zal zijn. De traditie zegt dan ook terecht dat in iedere generatie Amalek is. Amalek is altijd actueel. Dan moeten we niet alleen denken aan het in deze wereld altijd aanwezige antisemitisme, maar ook aan de voortdurende christenvervolging, en de gruwelijkheden die IS begaat. Maar Amalek kan ook zichtbaar worden in de meer verborgen of schijnbaar toevallige gebeurtenissen. Verborgen in de betekenis dat er geen verband lijkt te zijn met Amalek. Niet voor niets luidt de ondertitel van mijn boek: de verborgen strijd om het Koninkrijk.

Twee voorbeelden uit het nieuws van afgelopen week. Dichtbij huis blijvend, D66 ventileerde bij monde van haar leider dat legitieme zelfmoord ook voor mensen onder de 75 jaar mogelijk moet zijn.  Een waardig levenseinde heet dat dan. De barmhartigheden van de goddelozen zijn wreed, zegt Salomo. (Daartegenover kent de rechtvaardige [de waarde van] het leven van zijn beest, naar Spreuken 12:10). Dat is een amalekitische uiting: een cultuur waarin de dood beter lijkt dan het leven.

Het andere voorbeeld. Eind februari jl. kopte de BBC: Witches cast ‘mass spell’ against Donald Trump. Heksen die een toverspreuk lanceren tegen Trump. #Massaal. #Massief. #Magicresistance. Met het enkele doel om hem uit het Witte Huis te krijgen. Op de grens van vrijdag 24 op 25 februari wordt een ritueel uitgevoerd, waarbij een weinig flatteuze foto van de president wordt verbrand in een oranje, bijna opgebrande, kaars. De heksen vragen in hun bindingsspreuk om een volledig falen van Trumps activiteiten, zodat hij ‘ons staatsbestel niet zal afbreken en onze vrijheid niet zal toe-eigenen, of onze hoofden vult met haat, verwarring, angst of wanhoop.’ De spreuk is ‘open source’, d.w.z. dat ieder het naar believen aan kan passen. De toverspreuk is niet bedoeld om Trump persoonlijk te beschadigen, maar om zijn beleid te dwarsbomen. Dat lijkt mooi, maar is natuurlijk verbloemend. Wie zijn vertrouwen op iets of iemand anders zet, bedrijft afgoderij. Het is kwaad met kwaad bestrijden.   Dan gaat het van kwaad tot erger. Dat is amalekitisch. Times noemt het ritueel het meest kleurrijke protest…


Wat drijft deze heksen om een dergelijke ‘heksenjacht’ te ontketenen? Gaat het hen om moeder aarde? Ongetwijfeld. Maar er speelt meer. Want, bij al het negatieve dat er van Trump te zeggen valt, Trumps opvattingen over de staat Israël zijn loud and clear. De toverspreuk wordt door de heksen elke maand herhaald op de dag dat de sikkelmaan afneemt. Dat is de dag vlak voordat het nieuwe maan is. De nacht voordat het volk van God het feest van de nieuwe maan viert als een sabbat. Het feest van de nieuwe maan als een nieuw begin. Amalek is in elke generatie te herkennen als het volk dat de volslagen vernietiging van Israël beoogt en samenspant om dat doel met sluwheid te bereiken. En als een toverspreuk daarbij kan helpen…

En wij, wij weten dat we de strijd hebben niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden,  tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten (Efeze 6:12).

Dit artikel verscheen ook op MessiaNieuws.

Jacobs worsteling

De worsteling van Jacob met een man bij de Jabbok roept nog steeds de vraag op: wie was deze man? Is het een verschijning van God? Of de engelvorst van Ezau? Ezau zelf? In onderstaande video wordt het verhaal prachtig verteld en verbeeld.

Waarom noemde Esther Haman ‘een man’?

Koningin Esther heeft de koning Ahasveros en Haman opnieuw te eten gevraagd. Tijdens deze maaltijd vertelt Esther dat zij en haar volk ten dode opgeschreven zijn. Op Ahasveros’ vraag: “Wie is hij en waarom doet hij dit?”, antwoordt zij: “een man die een tegenstander is, een vijand, deze boze Haman.” En Haman was verbijsterd voor de koning en de koningin. (Esther 7:6).

Waarom noemde koningin Esther Haman een man (Hebr.: ish)?

De Dubno Maggid (Jacob ben Wolf Kranz of Dubno, 1740-1804) schrijft dat het woord ish gevolgd door een bijvoeglijk naamwoord een kernachtige karaktereigenschap van het onderwerp beschrijft. In onze vertaling is dat bijvoeglijk naamwoord niet zo goed zichtbaar te maken: “een tegenstrevende, vijandige man.”

Als bewijs voert de Dubno Maggid Genesis 25:27 aan waar de Torah voor het eerst het woord ish +bijvoeglijk naamwoord gebruikt. Ezau wordt hier een ‘man van het veld‘ genoemd. Het veld is onlosmakelijk verbonden met de persoon van Ezau. En Ezau is Hamans voorvader. Daarom is Hamans voornaamste karakteristiek dat hij een tzar vóivev, een vijand is.

Amalek haatte de Joden zonder reden. De Dubno Maggid vergelijkt Amalek met een veelvraat die op een feest alle restjes opeet. Zo beschrijft ook de Tora  (Deuternomium 25:18) de aanval van Amalek als een aanval op de zwakken en vermoeiden.

Ook David profeteert in Psalm 137:7 dat de Tempel tot op de fundamenten verwoest zal worden. De Romeinen waren niet tevreden met de verwoesting van de Tempel door vuur, maar zij wilden deze meer dan vernietigd zien. Denk aan Jezus’ uitspraak dat geen steen op de andere gelaten zal worden. In de Joodse traditie worden de Romeinen als Edomieten beschouwd.

Bron

  • 1
  • 2